Engelse woordvolgorde
Vind je het lastig om een Engelse zin in de juiste volgorde te zetten? Dat is heel normaal! In het Nederlands zijn we nogal vrij: we zetten de tijd of de plaats vaak vooraan, middenin of achteraan.
In het Engels is de grammatica veel strenger. De volgorde ligt bijna altijd vast. Als je de onderstaande “trein” onthoudt, zit je bijna altijd goed.
De uitgebreide regel: Wie + Doet + Aan wie + Wat + Waar + Wanneer
Je kende misschien de basisregel (Wie doet wat waar wanneer) al, maar wat als je iets aan iemand geeft of vertelt? Dat noemen we het meewerkend voorwerp.
In het Engels geldt daarvoor een simpele regel: De mens komt voor het ding.
Je noemt dus eerst degene aan wie je iets geeft, en daarna pas wat je geeft.
Dit is de vaste volgorde:
- Wie (Onderwerp)
- Doet (Werkwoord)
- Aan wie (Meewerkend voorwerp / Mens) > Let op: Zonder ‘to’!
- Wat (Lijdend voorwerp / Ding)
- Waar (Plaats)
- Wanneer (Tijd)
Let op: In het Engels komen Plaats en Tijd bijna altijd achteraan. En ook hier is de volgorde belangrijk: eerst WAAR, dan WANNEER (Plaats voor Tijd).
Voorbeelden
Kijk eens hoe deze zinnen zijn opgebouwd. Zie je dat de persoon (aan wie) steeds vóór het ding (wat) staat?
| 1. Wie | 2. Doet | 3. Aan wie | 4. Wat | 5. Waar | 6. Wanneer |
| She | gave | him | a present | at the party | yesterday. |
| The teacher | taught | us | English | at school | last week. |
| I | will show | you | the photos | in my room | later. |
| He | bought | his mother | flowers | at the market | this morning. |
| We | sent | them | an email | from the office | an hour ago. |
Wat als je het omdraait?
Wil je toch liever eerst het ding noemen en dan pas de persoon? Dat mag alleen als je het woordje to of for gebruikt.
- Standaard: I gave him the book. (Makkelijkst!)
- Met nadruk: I gave the book to him.
Samenvatting
Wil je een foutloze Engelse zin schrijven? Check dan altijd of je woordjes in deze volgorde staan:
Wie \ Doet \ Aan wie \ Wat \ Waar \ Wanneer
Zie ook: Woordvolgorde Engelse zinnen
Let op: de plaats van bijwoorden is in de Engelse zin soms ook anders dan in het Nederlands, met name bijwoorden van frequentie.