VocaBlaster
Dutch-English Vocabulary Training
Het verschil tussen lie en lay is een van de lastigste onderdelen van de Engelse taal. Zelfs Engelsen halen ze vaak door elkaar! Maar met dit overzicht word jij een pro.
Er zijn eigenlijk drie werkwoorden die op elkaar lijken. We verdelen ze in twee groepen:
Dit is waar het vaak misgaat, omdat de verleden tijd van ‘liggen’ hetzelfde is als de tegenwoordige tijd van ‘leggen’.
| Betekenis | Hele werkwoord (Present) | Verleden tijd (Past Simple) | Voltooid deelwoord (Past Participle) |
| Liggen | Lie | Lay | Lain |
| Liegen | Lie | Lied | Lied |
| Leggen | Lay | Laid | Laid |
Pas op: “Yesterday I lay on the bed” betekent dus “Gisteren lag ik op bed”. Het is de verleden tijd van lie.
Stel jezelf de vraag: Kan ik het werkwoord vervangen door “to put” (zetten/leggen)?
Score: 0
Loading...
Dutch-English Vocabulary Training
Score: 0
Level: 1
Score: 0
Loading...
Score: 0
Loading...
Score: 0
Loading...
Score: 0
Loading...
Dutch-English Vocabulary Training
Score: 0
Level: 1
Score: 0
Loading...
Read and/or listen to the text on the right and then answer the questions on the left. If you see a cookie message on the right click βYour privacy choicesβ and then βReject allβ.
|
Read and/or listen to the text on the right and then answer the questions on the left. If you see a cookie message on the right click βYour privacy choicesβ and then βReject allβ.
Read and/or listen to the text on the right and then answer the questions on the left. If you see a cookie message on the right click “Your privacy choices” and then “Reject all”.