Lie of Lay?
Lesson #10915
Het verschil tussen lie en lay is een van de lastigste onderdelen van de Engelse taal. Zelfs Engelsen halen ze vaak door elkaar! Maar met dit overzicht word jij een pro.
1. De drie varianten
Er zijn eigenlijk drie werkwoorden die op elkaar lijken. We verdelen ze in twee groepen:
Groep A: Iets doen met jezelf (of een voorwerp dat er al ligt)
- To Lie (liggen): Dit gaat over een positie. Je doet het zelf. Er komt geen lijdend voorwerp achter.
- I want to lie on the couch.
- To Lie (liegen): Onwaarheid spreken.
- Don’t lie to me!
Groep B: Iets doen met een voorwerp
- To Lay (leggen/plaatsen): Je legt iets anders neer. Er komt dus altijd een lijdend voorwerp achter (bijv. een boek, een baby, je sleutels).
- Please lay your books on the desk.
2. Het overzicht van de tijden
Dit is waar het vaak misgaat, omdat de verleden tijd van ‘liggen’ hetzelfde is als de tegenwoordige tijd van ‘leggen’.
| Betekenis | Hele werkwoord (Present) | Verleden tijd (Past Simple) | Voltooid deelwoord (Past Participle) |
| Liggen | Lie | Lay | Lain |
| Liegen | Lie | Lied | Lied |
| Leggen | Lay | Laid | Laid |
Pas op: “Yesterday I lay on the bed” betekent dus “Gisteren lag ik op bed”. Het is de verleden tijd van lie.
3. Hoe kies je het juiste woord?
Stel jezelf de vraag: Kan ik het werkwoord vervangen door “to put” (zetten/leggen)?
- Ja? Gebruik dan Lay.
- I (put) my keys here $\rightarrow$ I lay my keys here.
- Nee? Gebruik dan Lie.
- I (put) on the floor $\rightarrow$ Klopt niet. Het moet zijn: I lie on the floor.
4. Onthoud deze ezelsbruggetjes!
- P-L-A-Y: In het woord Lay zit een A van Action. Je doet iets met een object.
- L-I-E: In het woord Lie zit een I van Ik. Jij ligt zelf (of je liegt zelf).
- Lied = Liegen: De verleden tijd van liegen is lied. Denk aan een ‘liedje’ (een verhaaltje) dat niet waar is.