Voorzetsels van plaats en tijd
Lesson #3006
Voorzetsels van tijd:
- Je gebruik βonβ voor dagen en data net als in het Nederlands
- Je gebruikt βinβ voor maanden en seizoenen net als in het Nederlands
- Je gebruikt βatβ voor tijdstippen en feestdagen, dit moet je leren want in het Nederlands zeggen we βomβ of βmetβ
Voorzetsels van plaats:
- Je gebruik βonβ voor openbaar vervoer (NL=met/in) en als je ergens bovenop bent (dus NIET on school!)
- Je gebruikt βinβ voor natuur, landen, plaatsen net als NL
- Je gebruikt βatβ voor specifieke plaatsen, huisnummers en gebouwen, deze moet je leren!